De visionaire wereld van Toon Laurense

Het atelier ligt er stil en verlaten bij, verscholen in het groen. Oudere schilderijen van uiteenlopende formaten staan veelal opgeborgen in houten stellingen. Enkele uitzonderingen daargelaten, waaronder een vurig oranje bol met goudgele gloed, die het voorrecht heeft te stralen. Daartegenover hangt een intiem donkerblauw nachttafereel met flonkerende sterren. Recent werk staat, nog nat van de vette verflagen, te drogen tegen een bonte muur die de sporen draagt van eerder gemaakt werk. Het stilleven van schildersmaterialen en paletmessen op een lange tafel herinnert aan arbeid in afzondering en rust. Toon Laurense beeldhouwt onafgebroken met zijn materiaal; hij plooit de verf over het doek, laag over laag, hij schraapt en stuukt het oppervlak keer op keer. Kleur, licht en vorm worden door hem zorgvuldig geregisseerd.
De materialiteit van de huid is voor Laurense een essentieel gegeven. Het is de verbeelding van de dualiteit die hij oproept met zijn illusionaire wereld. Hij confronteert de beschouwer voortdurend met raadselachtige, ongrijpbare ruimten en de geheimzinnige lading van landschappen en vergezichten. Hij openbaart verborgen werelden zonder het ultieme geheim ervan prijs te geven.
Zijn speurtocht naar harmonie en verbindende elementen levert beeldende kunst op waarin aspecten van expressionistische en informele schilderkunst op een natuurlijke manier een monsterverbond aangaan. De geometrie is de ‘innerlijke vorm’ van het schilderij. Vervolgens bekleedt Laurense dit geraamte met landschappelijke en ruimtelijke motieven. Deze zijn vaak op heel verschillende plekken en momenten ontstaan, waarna hij ze samenvoegt tot een nieuw, visionair geheel. Abstracte vormen worden verenigd met beeldelementen die ontsproten zijn aan een intuïtieve geest. Serene roze en blauwe kleurvlakken met subtiele, mistige overgangen openbaren atmosferische verten. Een wonderlijke wereld, die scherp contrasteert met geometrische composities van rauwe lijnen, vlakken en kwaststreken. De landschappen van Laurense zijn constructies die zich heen en weer bewegen tussen natuurlijkheid en gekunsteldheid. Soms sluiten de coulissen zich, soms verwijderen ze zich van elkaar en begint over de horizon een beweging tot in de oneindigheid; een kosmische weidsheid.

De tegenstelling van veraf en nabij is een belangrijk kenmerk van zijn schilderkunst. Het wezenlijke van de visionaire wereld die hij verbeeldt is de dingen tegelijkertijd te idealiseren en te realiseren. Nabijheid en verte, begrensdheid en onbegrensdheid, menselijke warmte en kilte tegelijk. Het meest extreem wordt deze versmelting van rationele overwegingen en dichterlijke vrijheden weergegeven in de recente werken uit 2006. Vooraan op het doek de vette, verdichte raster-reliёfs, die ieder afzonderlijk een wereld vertegenwoordigen. Daarachter schieten de witte rotsen naar beneden, de blik tuimelt de diepte in, naar zee waar de kabbelende golven vervolgens naar een nevelige horizon weer omhoog lijken te rijzen. Een continu fragiel proces van zoeken naar evenwicht en balans.
Met hun melancholieke karakter en de ervaring van onmetelijkheid en afgrond verwijzen de schilderijen van Laurense naar de romantische natuurbeleving van Caspar David Friedrich. Een kunstenaar die hij, naast Mondriaan en Schoonhoven, zeer bewondert. Net als bij deze grootmeester brengen ook de werken van Laurense bij de beschouwer een aangename huiver teweeg. Er wordt een appel gedaan op diens overgave aan het sublieme van het moment.
Voor Laurense, als mens en als beeldend kunstenaar, is het grote in het kleine vervat. De mens is vervreemd van de natuur, van de veilige haven. Hem rest niets dan heimwee naar de verloren samenhang, waarvan hij nog slechts de brokstukken waarneemt. De kunst moet deze samenhang weer oproepen en tegelijkertijd de pijn van het gemis voelbaar maken.
De flonkerende sterren op de nachtblauwe ondergrond achterlatend.

December 2006
Netty van de Kamp, kunsthistoricus