het schilderij als innerlijk beeld



 

Toon Laurense is een schilder die het geheim van de verf eer aandoet. Ieder schilderij dat hij maakt biedt opnieuw inzicht in waartoe de verbeelding met verf in staat is. Hij doet dat in directe wisselwerking met de materie: de mens en de verf. Het gaat erom hoe hij de verf in beweging brengt en wat de verf met hem doet. De mentale verhouding die hij met de materie heeft bestaat in het uitvoeren van zijn voornemens altijd ook uit een lichamelijk handeling.

 

Het maken van het schilderij is het uitvoeren van een bewegingscompositie, een choreografie, die van tevoren niet vaststaat, die niet is uitgeschreven. Het is ook een muzikale aangelegenheid. Toon Laurense is een kunstenaar die zijn gevoel en liefde voor muziek in de schilderkunst heeft gerealiseerd. Daarin leeft hij hartstochtelijk zijn fascinaties uit voor licht en kleur, sfeer en bewustzijn in een substantie die vloeibaar alles kan worden wat hem in gestolde vorm voor ogen staat.

 

Schilderen is vooral een kwestie van deel uit maken van dat stollingsproces en daarin beweeglijk blijven. Daarom zien zijn schilderijen er ook altijd zo ongestold uit, zo vloeibaar, zo levendig. Dat is een eigenaardige gewaarwording omdat de schilderijen geen afbeelding zijn, zelfs geen uitbeelding of inbeelding, maar een ontdekking van iets onvoorstelbaars. Ieder schilderij refereert aan een zichtbare werkelijkheid die is opgelost in de manier waarop hij zijn gedachten en gevoelens erover laat gaan. Toon Laurense bewijst dat je het onvoorstelbare kunt schilderen. Dat is dagelijkse praktijk en daardoor een levensvoorwaarde. Iets wat je elke dag uit persoonlijke noodzaak doet, bepaalt de zin van je leven.

 

Toon Laurense woont aan de rand van ‘s-Hertogenbosch met achter het huis een uitzicht over de polder Het Bossche Broek. Hij is een stadsmens die elk moment kan vertrekken om zijn heil in de natuur te zoeken. Zijn atelier bevindt zich in een  grote voormalige levensmiddelenfabriek op een industrieterrein. De dagelijkse tocht erheen is elke keer een loutering: vanuit de lange, donkere gang naar het lichte atelier. Altijd weer verblind om opnieuw te kunnen zien. Even de ogen reinigen. Schilderen is opnieuw bekijken wat je ondergaat en dat verzelfstandigen in verf. Het gaat er daarbij niet om iets te benoemen of te definiëren, maar om juist alles wat hij beheerst te transformeren van beweging naar stilstand. In het schilderij legt hij vast wat hem beweegt.

 

De schilderijen komen tot stand. Ze worden niet bedacht. Er is hooguit een voorlopig voornemen dat al verandert als de eerste streek voor de ondergrond op het doek wordt gezet. Er komt altijd iets van verzet in hem op als hij iets doet wat hij denkt al te weten. Hij moet veel weerstand overwinnen en iedere gemakzucht wordt afgestraft.

 

Bij de grote doeken schildert Toon Laurense de ondergrond in een ritmische cadans door steeds voor het schilderij heen en weer te bewegen. Hij heeft zijn geest eerst min of meer tot rust gebracht, zijn werkkleding aangetrokken, die als de gedaante die hij als schilder is al op een stoel op hem heeft zitten wachten. Als hij het atelier binnenkomt, ziet hij in die kleren de kunstenaar zitten die hij is. De voorwerpen in de ruimte, spullen op het kleine aanrecht, afval in een hoek, de tubes, penselen, kwasten en paletmessen op de werktafel, zijn de residuen van de doeken die hij maakt: concrete versies van de referenties die hij in de schilderkunst heeft. Hij weet dat hij in een traditie staat en wat er is geschilderd. Dat doet hij niet opnieuw. Daar begint hij niet aan. De schilderkunst is al lang begonnen en daar werkt hij op door.

 

De moeilijkste opgave voor Toon Laurense bestaat er altijd uit dat het volgende schilderij, dat hij nog niet heeft gemaakt, overtuigender is dan wat hij tot nu toe heeft geschilderd. Wat werkelijk overtuigt, bestaat dus nog niet. Het is een schilderij waar zijn vertrouwelingen en collectioneurs nog geen weet van hebben, dat alleen hem voor ogen staat en waarvan hij nog niemand heeft vergewist, zichzelf nog het minst. Zo’n schilderij maakte hij met alle restjes verf die hij voor andere doeken niet nodig had. Hij drapeerde ze voor later gebruik als kransjes op een lege linnen vlakte. Het doek is een net, een slinger die hij over zichzelf heeft uitgeworpen om zijn denken te vangen over de schilderkunst die hem beheerst. Toon Laurense beheerst de schilderkunst. Die heeft bezit van hem genomen. Hij is ervan bezeten.

 

In het verleden maakte hij schilderijen die als constructie waren berekend. Inmiddels heeft hij die methode verlaten door te vertrouwen op zijn natuurlijke staat: zijn lichaam, geest en intuïtie in verhouding tot het doek. Het is als een taal zonder hulpwerkwoorden, muziek zonder sleutel en maat. Het komt op uit het niets. Het is het licht dat door het atelierraam naar binnen valt. Dat breekt hij in stukken. Hij kantelt het en laat het verdwijnen in de einder. In zijn schilderijen valt de horizon over je heen. Je moet de wereld van de andere kant bekijken.

 

Ieder schilderij doet zich gelden als het bewijs van een innerlijke beleving die niet kan worden uitgelegd. Het schilderij is er de verbeelding van die verder niet verklaard kan worden. Het beeld dat is gemaakt ziet er vaak direct en helder uit en de manier waarop het tot stand komt is een proces van gestaag en geconcentreerd werken. Ieder stukje van het schilderij dat je nader bekijkt, toont aan dat het complexe werken zijn. Het bestaat uit meerdere lagen, een veelheid van kleuren en uit tal van technieken waarmee de verf is opgebracht, uit elkaar getrokken, omgevouwen, opgerold, uiteengeveegd. Het fundamentele van de schilderkunst is hier uitgegroeid tot een virtuositeit die varieert van feestelijk plezier tot  bedachtzame ernst, en altijd in opperste aandacht ervaren.

 

Toon Laurense ademt schilderijen leven in. Soms doet hij dat letterlijk door op de verf die hij met het paletmes opentrekt te blazen om een golvende structuur te maken. In die doeken komt de verf als de branding op je af. Ze veroorzaken echter niet het verlangen om erin te duiken, maar om je er gelaten door te laten overspoelen, en dan vooral je ogen, die je er voor moet sluiten. Dat is de eigenaardigste gewaarwording die een schilderij kan veroorzaken: om de essentie ervan te ondergaan moet je je ogen dicht doen. Zo komt het schilderij werkelijk binnen. Het schilderij als innerlijk beeld.

 

Deze schilderijen staan in de wereld en bij Toon Laurense is betrokkenheid vooral een verbintenis die hij in het leven aangaat met alles wat hem omringt als mens. Hij vindt daar een vorm voor die actief en energiek is in pure schilderkunstige zin. Zijn bestaansrecht als schilder vindt in de professie die hij heeft gekozen erkenning. Hij laat zich door niets en niemand afleiden in het nastreven van het wezen van de schilderkunst. Voor hem is de essentie dat je in het maken van en kijken naar het schilderij vrij bent.

 

Ieder voorschrift dat ten aanzien van de schilderkunst wordt geformuleerd wordt door Toon Laurense in zijn werk betwijfeld. Zelfs in zijn meest fundamentele, kale werken proef je daarom de sehnsucht, in de rationaliteit van het consequente handelen dringt ook altijd de onrust en de verwarring door, in het hermetische uiterlijk van bepaalde doeken dient zich een veelheid aan mogelijkheden aan, in de tijdloosheid die de abstractie nastreeft zijn de historische lijnen zichtbaar.

 

Toon Laurense is als schilder nu dertig jaar bezig, steeds benieuwd naar het nieuwe, naar wat de schilderkunst hem brengt en wat hij de schilderkunst te bieden heeft. In zijn kleinste doekjes zie je verborgen werelden die soms bestaan uit niet meer dan nauwelijks waarneembaar licht dat roze vanuit de diepte opdoemt. Daar tegenover staat een groter doek dat een waaier van dansende verftoetsen laat zien, als een massa vlinders die dwarrelen boven een bloemenveld. Een dergelijk doek verbindt zich door de structuur en het complexe patroon met ouder werk, waarin het zuiver mathematische de boventoon voert. Binnen zijn oeuvre reiken deze doeken naar elkaar waarmee uitersten worden verbonden. Hij bewerkstelligt dat ook in doeken waarin de verf van het doek een tastbaar object maakt en schilderijen die vooral bestaan uit de onwezenlijke weerschijn van kleur op een wand. Het zijn schilderijen van een alomvattende zintuiglijkheid.

 

Alex de Vries