Toon Laurense -van klein naar groot en weer terug-


 


 

Toen ik vijf jaar oud was, keek ik soms al geruime tijd gebiologeerd naar de ‘’natuur’’. In een cirkel van vijftien kilometer rondom mijn geboorteplaats Waalwijk was een groot scala aan landschappen te vinden. Akkers, bossen, overlaten, rivieren, uiterwaarden, vennen, weilanden en zandverstuivingen. Het subtiel samenlopend lijnenspel op vers geploegde akkers, delicate door de wind gepenseelde structuren in duinpannen of reeksen miniem verschuivende, licht meanderende vloedlijnen op rivieroevers vond ik zonder uitzondering fascinerend. Dag in dag uit boeiden herhalingen, patronen alsook vormveranderingen me in hoge mate. Ook al was ik relatief nog piepjong en klein van stuk – het allerkleinste, soms nauwelijks waarneembare, riep andere, proportioneel vaak veel grotere beelden bij mij op.

 

Een groot deel van mijn familie van vaderskant woonde in Zeeuws-Vlaanderen. Gedurende vele jaren verbleef ik, samen met andere familieleden, tijdens de zomermaanden meestal zo’n vier tot zes weken in Cadzand-Bad. Een relatief korte kuststrook bij een in vroeger tijden volledig verzande rivier, het Zwin geheten, was iedere ochtend een waar feest: droog zand bezaaid met schelpen, scherven, stenen en tanden; stilstaand water in inhammen; zilt zand; stromend water in kleine kreken; kletsnat zand met kuilen en putten vol water en daarachter weer ander, optisch veel groter water. De telkens van kleur veranderende zones namen in mijn nog pril voorstellingsvermogen soms de vorm van continenten en oceanen aan. Speels versprong mijn brein van klein naar groot en weer terug.

 

Vele jaren later zie ik een in meerdere opzichten weergaloze speelfilm van de Russische regisseur Andrei Tarkovski: Stalker. Diverse malen scheert de camera tergend langzaam over stroken ondiep water en scant met ongelooflijke precisie onder het oppervlak gelegen minuscule werelden, die op het scherm in de bioscoop plots kolossale afmetingen krijgen. De adembenemende opnamen, die zich onmiddellijk verbinden met dierbare herinneringen aan mijn zorgeloze jeugd bij de monding van het Zwin, verknopen op verfijnde picturale wijze micro- en macrokosmos.

 

Op een bloedhete zomerdag, vrijdag 9 juli 2010, bevind ik me (samen met Gabi Stoffels, conservator collectie) voor de zoveelste keer in het atelier van Toon Laurense. Toon en ik kennen elkaar inmiddels ruim twintig jaar. Met enige regelmaat ga ik naar ’s-Hertogenbosch om nieuwe kunstwerken te bekijken en oudere doeken terug te zien. Ik volg het oeuvre van Toon, die tijdens zijn jeugdjaren ook bovengemiddelde interesse voor de ‘’natuur’’ in de omgeving van zijn geboorteplaats had, met veel aandacht en serieuze interesse. Onze inhoudelijke gesprekken monden vaak uit in dialogen te meer daar we allebei wars zijn van vooringenomen standpunten. Zo ook nu. Na uren kijken, praten en afwegen besluiten we on the spot twee nieuwe titelloze, imaginaire landschappen uit 2009 en 2010 voor de collectie van Museum van Bommel van Dam in Venlo te kopen: een seascape en een landscape.

 

Onder een monochrome hemel, die als krachtig contrapunt fungeert, bevinden zich acht vernuftig geschilderde hoofdstroken in fraai afgewogen kleuren die mede door de wijze waarop de verf is opgebracht krachtig ten opzichte van elkaar vibreren. Verf is meer dan louter verf. In de handen van de geïnspireerde maker is deze seascape een weloverwogen aaneenschakeling van eb en vloed, komen én gaan alsook van opstuwen en terugtrekken geworden. De duizelingwekkende dynamiek van zee en tegenzee, water en zand alsook licht en donker is compositorisch en schildertechnisch met veel gevoel voor nuances en details verbeeld.

 

De kleinere landscape heeft eveneens een hoge horizon. Onder de scherp gedefinieerde einder bevinden zich eenentwintig stroken of voren, die als veelkleurige mikadostokken zorgvuldig over het vlak zijn gedistribueerd. Afwisseling en variatie in kleur en techniek dragen positief bij aan frisheid en levendigheid. De egale, gelijkmatig geschilderde lucht functioneert als een essentieel pauzeteken in een drukke partituur.

 

De magnifiek gecomponeerde en expressief geschilderde kunstwerken van Toon Laurense stimuleren de kijker letterlijk en figuurlijk om naar de ‘’natuur’’ zelf terug te keren. Letterlijk door actief en bewust naar landschappen om zich heen te kijken; figuurlijk door opgeslagen herinneringen her te beleven. Voor mij persoonlijk geldt dat beide doeken, die in wezen enkel  imaginaire beelden evoceren, me overdrachtelijk laten reizen in mijn hoofd. Deze scapes van Toon Laurense ontsluiten werelden die feitelijk al tientallen jaren in mijn geest opgeslagen liggen. Als ik beide doeken zie, ga ik net als een halve eeuw geleden, spontaan van klein naar groot en weer terug.

 

Rick Vercauteren

Directeur Museum van Bommel van Dam Venlo