Van zwart indigo, via onaards groen, naar lichtend wit

Een schilderij van Toon Laurense kenmerkt zich door twee componenten: een open gedeelte, een venster dat de blik de verte inleidt, en een gesloten gedeelte dat de blik tegenhoudt. Het open gedeelte is landschappelijk van aard. Het laat een lichtende ruimte zien met een diffuus kleurverloop waarin een soort einder onderscheiden kan worden. Het gesloten gedeelte bestaat uit strak belijnde, monochrome kleurvlakken die het venster als coulissen omsluiten.


Deze manier van schilderen bestempelt Toon Laurense tot een modern romanticus. Laurense streeft ernaar om met kleur en licht een ruimte, een leegte te creëren waarin hij een plek vindt voor contemplatie. Die plek moet een stemming hebben die vergelijkbaar is met landschappelijke ervaringen, zoals de herinnering aan een nevelig akkerlandschap, een mistig wateroppervlak, een dageraad of een zonsondergang. Daarom creëert Laurense iets dat op een vergezicht lijkt, zonder dat hij letterlijk landschappelijke motieven gebruikt. Ook de vibrerende kleurnuances zijn niet gelijk aan die uit de natuur. Ze zijn er weliswaar van afgeleid, maar omdat het groen te geel is, het rood te roze en het blauw te paars staan ze hier op zichzelf.

Laurense schildert op deze manier omdat hij wil dat je het beeld niet zozeer bekijkt als wel ondergaat. De ‘natuur’ wordt drager voor gevoelens, net zoals bij de Romantische landschapschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw dat deden. Zij selecteerden en combineerden hun landschappen zodanig dat die vooral de emoties van de kijker aanspraken. Een hevige storm was een middel om de kijker ontzag voor de natuur in te boezemen, een schipbreuk om hem angst aan te jagen, uitgestrekte verten om melancholie of angst op te roepen. Omdat zo’n landschap steeds op een zekere afstand van de kijker was geprojecteerd, was deze geen deelgenoot aan dat landschap, maar stond hij er buiten en was hij op zichzelf teruggeworpen. Een dergelijke benadering van de landschapsschilderkunst mondde in de tweede helft van de twintigste eeuw uit in de gedurfde onderneming van kunstenaars als Newman en Rothko, die de herkenbare wereld helemaal achter zich lieten om de mysteries van natuur en ziel in atmosferische kleurvelden te zoeken. Toon Laurense toont hiermee verwantschap als hij schrijft: ‘Het schilderij is een wereld waar je instapt, een ruimte waar je je verloren weet, overgeleverd aan de wisselende atmosfeer van een donkerende dan wel lichtende ruimte.’

Juist vanwege het grenzeloze van de zwevende composities die Laurense schildert, heeft hij behoefte aan een concrete component. Daarvoor doet hij een beroep op de taal van de abstracte schilderkunst van zijn eigen tijd. Om de wijkende verten heen bouwt hij kaders. Die kaders bestaan uit gekleurde driedimensionale volumes of kleurvlakken die niet dieper gaan dan het oppervlak van het schilderij. Ze zijn egaal geschilderd, met schrale acrylverf, als contrast tot de vetter gemengde olieverf. Recentelijk hebben ze de vorm gekregen van grove kwaststreken met een opvallend kleurverloop. Hoe dan ook, ze zorgen ervoor dat de schilder houvast heeft, dat hij - evenals de kijker - getrapt of via een omweg de ruimte benadert, of dat hij, net als bij de Romantische schilderkunst op afstand blijft.

In schilderkunstig opzicht ontstaat er zo een confrontatie tussen het constructieve en de illusie. Om deze confrontatie tot een goed einde te brengen zoekt de schilder intuïtief naar een balans in maat en kleur – er gaan geen schetsen aan vooraf. De kleuren van de flankerende vlakken zijn afgeleid van het middendeel, als een staalkaart van de verschillende tonen. Telkens weer slaagt Toon Laurense erin een prachtig evenwicht te bereiken tussen harmoniërende en contrasterende kleuren. In de onderlinge verhouding van de vlakken zit altijd beweging, die is nooit perfect symmetrisch, want symmetrie betekent stilstand. En ook als geheel moet het schilderij van de kunstenaar altijd enigszins wringen, niet om te irriteren, maar om de kijker geboeid te houden.

Maureen Trappeniers
Conservator Noordbrabants Museum